Quo scrapbook clipping details

Clipping details
(from scrapbook 1, page 18)

  

Title: Status Quo is neteen voetbalelftal
Notes: Dutch article with interviews and the history of the band
Year: 1977
Country: Netherlands
Publication:
Author: Jan Hagenaar

Clipping text

Status Quo is neteen voetbalelftal

"Je zou ons kunnen vergelijken met een voetbalelftal. Dat speelt over 't algemeen ook beter als 't goed wordt aangemoedigd. Nou, met onze concerten is dat precies zo. Als 't publiek in de zaal lekker te keer gaat, dan doen wij dat ook."

Dat zegt Alan Lancaster, de basgitarist van het recht-voor zijn-raapse rock and rollgezelschap Status Quo, dat op 26 februari ons land aandoet om in de Amsterdamse Jaap Edenhal een concert te geven. Dat belooft weer een opwindende betonrock-happening te worden!

Al is "Wild side of life", hun laatste single, dan geen imponerende hit geworden, de Vier muzikanten van het Engelse Status Quo mogen zich hier al enkete jaren verheugen in een niet te versmaden populariteit. Nederland was het eerste land, waar het Quo-kwartet een nummer één-hit scoorde. Dat was met "Down down", een opzwepende rock-creatie, die in '75 heel wat lichamen in beweging bracht.

Eenvoud is het handelsmerk van de Status Quo-boys. Van moeilijke muzikale hoogstandjes willen ze niets weten. Alan Lancaster zegt het kernachtig: "lntellectueel en onbegrijpelijk gepiemel, waarmee groepen als Yes en The Mahavishnu Orchestra bekend zijn geworden, hoeft van ons niet. Wij spelen muziek voor 't lichaam. Muziek, waarop je lekker kan dansen, springen en stampen".

Gewapend beton

De muzikale hechtheid van het Status Quo-viertal is wel eens vergeleken met een parkeergarage van gewapend beton. Dat kan ook bijna niet anders, want de boys spelen al meer dan tien jaar samen. Ze begonnen als een semi-professioneel bandje, dat in het begin onder wisselende namen als The Spectors, Traffic en Traffic Jam in de weer was. Het repertoire bestond voornamelijk uit bewerkingen van hits van rock-idolen als Elvis Presley, The Everly Brothers en Chuck Berry. Drie van de vier Quo-muzikanten maken nu al bijna vijftien jaar gezamenlijk muziek. Dat zijn gitarist-zanger Francis Rossi, drummer John Coghlan en voornoemde Lancaster. In '66, toen de groep full prof werd en een 10-jarige overeenkomst aanging met platenmaatschappij Pye, kwam Rick Parfitt er als extra gitarist-zanger bij. Over de jarenlange samenwerking zegt Lancaster: "Je leert elkaar door en door kennen. Je weet precies wat elkaars goeie en slechte kanten zijn en houdt daar zo veel mogelijk rekening mee. We zijn in de loop der jaren erg goeie vrienden geworden. Met al onze verschillen in karakters vormen we toch een eenheid, die gewoon niet stuk te krijgen is."

Begin '68 kwamen de Quo-muzikanten voor 't eerst in de internationale belangstelling. Met het nogal psychedelisch getinte nummer "Pictures of matchstick men" scoorden ze een Europese top-10 hit. De doorbraak was er, maar wie dacht dat de groep daar nou echt blij mee was, vergist zich lelijk.

"Die hit", zegt Rossi, "kwam als een volslagen verrassing voor ons. Het was eerst helemaal niet de bedoeling dat dit nummer als single zou uitkomen, omdat we het eigenlijk niet zo zagen zitten. Dat het zo'n succes werd bracht ons behoorlijk in de war. We wisten er niet goed raad mee. We waren eigenlijk nog helemaal niet rijp voor een doorbraak."De groep raakte door die hit in een stroomversnelling, waarin ze reddeloos ten onder dreigde te gaan. Van enige steun en opvang van capabele figuren uit Engelse popbusiness was nauwelijks sprake. Pye speelde in 't geheel een niet al te frisse rol, als we Rossi mogen geloven. "De Pye-baasjes behandelden ons als kleine kinderen. We hadden niets te vertellen. We werden er op 't laatst kotsmisselijk van."

De spanningen tussen Status Quo en Pye waren in '69 zo hoog opgelopen dat Rossi en zijn maatjes driftig het contract verbraken. Een daad, waar ze later wel spijt van hadden, want het was eenzijdig en zonder overleg gebeurd. Pye maakte er meteen een rechtszaak van en kreeg het gelijk aan haar kant. Eén van de consequenties was dat de groep tot 1978 een deel van de opbrengst van haar plaatwerk aan Pye moet afstaan...

Door al het geruzie met Pye raakte Status Quo flink in de versukkeling. Eind '69 vormden Rossi, Parfitt, Lancaster en Coghlan nog maar een armzalig muzikaal gezejschapje, dat vojgens ingewijden van de Engelse music scene niet veel overlevingskansen meer had.

Maar het zou allemaal anders uitpakken. Status Quo begon verbeten aan een come-back te werken. Eerst werd besloten de sound van de groep drastisch te veranderen. Rossie en zijn medemuzikanten gingen op de hardrock-toer. Daarmee vervreemdden ze zich van hun woegere fans en moesten ze een nieuwe schare bewonderaars om zich heen zien te verzamelen.

Meer dan twee jaar hebben ze er over gedaan om dat voor elkaar te krijgen. In '72 kwam Status Quo onder bij platenmaatschappij Vertigo. Alles wees er op dat de groep weer helemaal zou gaan meetellen. Dat kwam ook uit. Zomer '72 gaven de Quo-boys een imponerend concert op het internationale popfestival in het Engelse stadje Reading. En kort daarna hadden ze eindelijk weer een hit: het op single uitgebrachte nummer "Paper plane" van het prima hardrock-album "Pile driver" belandde in ijltempo in de hoogste regionen van de charts.

Status Quo telde weer mee. Ook de afgelopen vijf jaar is het zeer voorspoedig gegaan met het Engelse viertal. Hit na hit werd er gescoord. Status Quo is uitgegroeid tot één van de populairste hardrockformaties van de wereld. Ook één van de hardstwerkende hardrockformaties: Francis, Rick, Alan en John zijn zeker tien maanden per jaar op tournee. "Wij willen zo vaak mogelijk voor onze fans optreden," zegt Lancaster. "Want hoe meer je speelt, hoe beter de verstandhouding met het publiek wordt."

Tekst: Jan Hagenaar
Foto : Phonogram